cb van Egmond

Je moet het maar kunnen. Je staat voor de klas en wilt leerlingen betrekken door ze vragen voor te leggen. Wie vraag je? En hoe volg je je vragen op? Voor inspiratie ga ik dan te raden bij Teach Like a Champion. Het geschreven advies, aangevuld met de filmpjes lieten mij zien dat niets is wat het lijkt. Over lolliestokjes, signaleren en opvolgen gaat het in deze blogpost.

Centrale gedachte:

Centraal staat dat je wilt dat alle leerlingen meedoen in de les. Ze laten zien dat ze betrokken zijn, dat ze hun werk gedaan hebben, dat ze aan het leren zijn. Jij als docent moet laten zien dat iedere leerling telt, dat je het leren van elke leerling nauw volgt en dat je meedoen stimuleert.

Al die positieve woorden kan je ook anders formuleren: je wilt voorkomen dat leerlingen duiken. Door proberen niet op te vallen, door ontwijkende antwoorden te geven, door er op te rekenen dat je hen overslaat.

Wie kies je?

Je staat als docent in een klas met 25 of meer leerlingen. De vraag is gesteld. Wie kies je dan? De heersende mening onder docenten is wel, dat je dat niet meer “zomaar” doet. Wanneer je dat doet, kies je steeds dezelfde leerlingen en sla je dus ook steeds dezelfde over. Mensen zijn nu eenmaal erg slecht in het willekeurig kiezen van iets. En docenten zijn op dit vlak net mensen.

Toen ik op school zat, noteerden de meeste docenten in hun agenda wie ze een beurt gegeven hadden. Zo zorgden ze er voor dat iedereen aan de beurt kwam. Als leerling wist je dan: ik ben geweest, ik kan de volgende lessen rustig aan doen.

Populair zijn dan ook de lolliestokjes. Een aanpak die uit het basisonderwijs steeds meer doordringt in het VO. Van elke klas heb je een stapel stokjes met daarop per stokje één naam. Je selecteert een leerling door uit de stapel stokjes er één te kiezen. En weer één enz. Dat kan natuurlijk ook digitaal met bv een app als Classroomscreen(2) of Classdojo(3).

Niet zo!

Lemov(1) verwerpt het willekeurig kiezen. Je weet wel zeker dat uiteindelijk iedereen aan de beurt komt, leerlingen weten dat ze de volgende les weer een vraag kunnen krijgen, maar de aanpak gaat mis op het relationele vlak, aldus Lemov. Want dat ik jou wat vraag is niet omdat ik wil weten wat jij geleerd hebt. Het gaat niet om jou, het gaat om de stof. Je bent (letterlijk) inwisselbaar, als leerling. Een gevoel dat je als docent niet wilt uitstralen.

Hoe dan wel?

Kies!

Wie van je leerlingen je wat gaat vragen moet een bewuste keuze zijn. Je wilt de zwakke leerling laten shinen met een vraag die hij/zij goed kan, je wilt de slimme leerling laten merken dat ook die er mag zijn enz. Kortom, je hebt voor elke leerling wel een reden om hem of haar wel of niet een vraag voor te leggen.

Bij mijn lesvoorbereiding is dit nu een vast onderdeel: wie ga ik in het zonnetje zetten, wie ga ik het vuur aan de schenen leggen. Ik maak daartoe een lijstje met leerlingen dat ik onder handbereik hou. Hun resultaten tot nu toe zijn daarbij leidend. In een drieslag staan leerlingen op volgorde: een lijstje zwak, een lijstje gewoon en een lijstje sterk. En aan het einde van de les gaat het lijstje in de (digitale) prullenbak. En andere resultaten geeft leerlingen een andere plek in de drieslag. Wie ik wat vraag, is dus een bewuste keuze.

Toch willekeurig

Elke regel kent zijn uitzonderingen. Ik geef wiskunde en ik laat met enige regelmaat leerlingen sommen op het bord uitwerken. Wanneer dat er meerdere zijn (4 of meer), laat ik het toeval beslissen. Ik heb mijn klassen in Classdojo zitten en laat dat programma leerlingen selecteren. Om te laten zien dat ik er niet mee smokkel mogen vaak leerlingen de app bedienen. Of Classdojo echt willekeurig selecteert weet ik niet. Wel hoor ik leerlingen regelmatig zuchten “alweer”, of omgekeerd “ik ben nog nooit geweest”. Dan kan ik makkelijk de app de schuld geven.

Slot

Wie je wat vraagt, is niet waardevrij. Hoe je dat doet ook niet. Ga daar bewust mee om. Selecteer leerlingen bewust of bewust willekeurig. Pas die keuze aan aan je doel op dat moment. Zorg hierbij dat leerlingen het terechte idee hebben dat ze altijd bij de les moeten zijn en dat hun inbreng van belang is.

Deel 2 vind je hier


Deze blogpost is geschreven naar aanleiding van de workshop die ik gegeven heb op de MeetUp010 van 19 april 2018. Meer info over de workshop? Laat een berichtje achter.

(1) Lemov, D. (2017, 01 31). Popsicle Sticks and ’Hands Down’ are not Cold Call: Key Differences & Why They Matter. Opgeroepen op 04 13, 2018, van Teach like a Champion: http://teachlikeachampion.com/blog/cold-call-not-popsicle-sticks-hands-key-differences-matter/

(2) Classroomscreen.com. Zonder enige registratie direct te gebruiken. Lijstje met namen invoeren en klaar. Site bewaart niks, dus de namen in een eigen bestand zetten is handig.

(3) Classdojo.com. Als docent kan je je klassen invoeren door middel van een excel csv bestand. Voldoet aan de AVG. Zelf heb ik alleen de voornamen van de leerlingen ingevoerd.

Advertenties