1980 C CB 29 a - kopieJe moet het maar kunnen. Je staat voor de klas en wilt leerlingen betrekken door ze vragen voor te leggen. Welke instructie geef je? Wie vraag je? En hoe volg je je vragen op? Voor inspiratie ga ik dan te raden bij Teach Like a Champion, het handboek geschreven door Doug Lemov(1). Het geschreven advies, aangevuld met de filmpjes lieten mij zien dat niets is wat het lijkt. Over een al dan niet pijnlijke stilte.

Centrale gedachte:

Centraal staat dat je wilt dat alle leerlingen meedoen in de les. Dat leerlingen laten zien dat ze betrokken zijn, dat ze hun werk gedaan hebben, dat ze aan het leren zijn. Jij als docent moet laten zien dat iedere leerling telt, dat je het leren van elke leerling nauw volgt en dat je meedoen stimuleert.

Al die positieve woorden kan je ook anders formuleren: je wilt voorkomen dat leerlingen duiken. Door proberen niet op te vallen, door ontwijkende antwoorden te geven, door er op te rekenen dat je hen overslaat. Maar ook: door de instructie te negeren aansturen om overgeslagen te worden.

Wat wil je?

Niets is leuker, een vraag en antwoord-spel tussen klas en docent en leerlingen onderling. Vragen, antwoorden en reacties ping-pongen door het lokaal en je hebt het idee: hier wordt geleerd!

In mijn eerste jaren in het onderwijs genoot ik er van. Op die school hadden we ook keuze-werk-tijd en dan heb je gelegenheid om met leerlingen individueel verder te praten. En wat bleek? De één na de ander was afgehaakt tijdens het ping-pongen. Het ging te snel. Ze snapten de antwoorden niet, ze snapten niet hoe de vervolgvragen voortkwamen uit die antwoorden. Kortom, na een paar minuten waren ze afgehaakt.  Het ping-pontgen was voor de sterke leerlingen leuk en leerzaam, voor de modale en zwakke leerlingen was het de tijd uitzitten. Pfff. Hoe dan? Helaas, door het tempo er uit te halen.

Zo dus!

Je weet wie je wat gaat vragen (deel 1), je hebt instructie gegeven, leerlingen weten dus wat er van hen verwacht wordt (deel 2), je stelt de vraag, en dan? Dan laat je een stilte vallen.

In die stilte hebben alle leerlingen tijd om na te denken. In dit voorbeeld hoor je de stilte vallen en zie je de leerlingen met handopsteken duidelijk maken dat ze het antwoord weten. Dit filmpje, met commentaar van Dough Lemov, maakt dit duidelijk.
De stilte kan ook met aanmoediging opgevuld worden.

Daarna noem je de naam en krijgt de leerling het woord. In dit filmpje krijgen, na een serieuze wachttijd, een aantal leerlingen de beurt. Tot die tijd zijn alle leerlingen aan het werk, juist omdat ze nog niet weten of ze het woord moeten voeren of niet.

Hoe lang moet de stilte zijn? Dat is natuurlijk afhankelijk van de vraag die je voorlegt. Wanneer de instructie is om de vinger op te steken, kan je wachten tot er voldoende vingers te zien zijn. Zelf neem ik een seconde of 10, en daar pak ik dan ook echt een timer bij.

In het eerste filmpje zie je de docent met haar agenda / opschrijfboekje lopen. Wachttijd is voor jou natuurlijk hét moment om alvast te noteren wie je gaat vragen.

Slot

Wie je wat vraagt, is niet waardevrij. Hoewel je waarschijnlijk precies weet wie je het woord gaat geven, weten de leerlingen dat nog niet. Dat zorgt voor een focus op het werk. Door iedereen voldoende tijd te geven om na te denken, hou je iedereen bij de les. Je geeft leerlingen het terechte idee dat ze altijd bij de les moeten zijn en dat hun inbreng van belang is.


Deze blogpost is geschreven naar aanleiding van de workshop die ik gegeven heb op de MeetUp010 van 19 april 2018. Meer info over de workshop? Laat een berichtje achter.

(1) Lemov, D. (2017, 03 23). Common Opportunities to Build Rigor: Means of Participation. Opgeroepen op 04 13, 2018, van Teach like a champion: http://teachlikeachampion.com/blog/common-opportunities-build-rigor-means-participation/

Advertenties